Tijdens een gesprek over de tuin vertelde een vriendin trots dat ze inheemse planten had gekocht, speciaal gevraagd in het tuincentrum. Ze wees op een plant in volle bloei, met kleine wit met roze bloemetjes, en straalde van blijdschap. Ik herkende de plant meteen als muurfijnstraal, een soort die oorspronkelijk uit Mexico komt en inmiddels door haar hele voortuin woekerde, precies zoals deze plant dat doet. Ik zei er niets van; haar plezier wilde ik niet bederven.

Sinds dat moment blijft het me bezighouden: hoe kan het dat iemand bewust naar inheemse planten vraagt, thuiskomt met een exoot? Iets is misgegaan tussen haar vraag en die plant, via een etiket, of een medewerker die het zelf ook niet zeker wist. Het woord ‘inheems’ is inmiddels zo’n veelgebruikte marketingterm dat het zijn betekenis deels lijkt te hebben verloren. Voor mensen met goede bedoelingen maakt dat het lastig om de juiste keuzes te maken.

En dat is frustrerend, niet door haar, maar door wat er misgaat tussen vraag en aanbod.

Wat inheemse planten eigenlijk zijn

Inheemse planten zijn soorten die hier van nature voorkomen, omdat ze zich na de laatste ijstijd geleidelijk vanuit zuidelijkere streken hebben verspreid naar wat nu Nederland is, zonder menselijke introductie. Denk aan wilde marjolein, pinksterbloem, madelief en gewone paardenbloem; planten die al duizenden jaren aanwezig zijn en zich hebben aangepast aan ons klimaat, onze bodem en de dieren die hier leven.

Naast ‘inheems’ hoor je ook wel eens termen als autochtoon en gebiedseigen. Autochtoon verwijst naar de genetische herkomst van de plant: een autochtone plant heeft een zaad- of steklijn die lokaal is ontstaan en eeuwenlang in hetzelfde gebied heeft voortbestaan. Gebiedseigen verwijst naar soorten die passen bij de ecologische omstandigheden van een specifiek gebied. Een soort kan inheems zijn voor Nederland, maar toch niet gebiedseigen.

Een concreet voorbeeld: een zomereik opgekweekt uit zaad uit Italië i(niet autochtoon) is genetisch aangepast aan een zuidelijker klimaat en loopt daardoor eerder uit in het voorjaar, waardoor hij kwetsbaar is voor late nachtvorst.

Waarom inheemse planten onvervangbaar zijn

Het verschil tussen inheemse en uitheemse (sier)planten zit niet in hun uiterlijk, maar in hun relaties. Inheemse planten vormen het middelpunt van een web van verbindingen dat zich over duizenden generaties heeft ontwikkeld tussen planten, insecten, vogels, schimmels en bodemorganismen. Veel van die relaties zijn nauw verweven, omdat insecten in die duizenden jaren de chemische taal van inheemse planten hebben leren lezen.

Planten beschermen hun bladeren met stoffen zoals tannines, alkaloïden en harsverbindingen. Inheemse insecten hebben de sleutel ontwikkeld om deze chemische barrières te omzeilen. Een uitheemse plant spreekt een andere chemische taal, waardoor hij voor de meeste inheemse insecten onbruikbaar is als voedsel. Het oranjetipje legt bijvoorbeeld alleen eitjes op kruisbloemigen, zoals pinksterbloem of look-zonder-look. Verdwijnt deze plant uit een gebied, dan verdwijnt ook de vlinder.

Bij bomen wordt dit verschil duidelijk: een inheemse zomereik ondersteunt tot honderden soorten insecten, terwijl een Amerikaanse eik in dezelfde regio voor veel insecten ongeschikt is als leefgebied.

eik inheemse planten pexels-raybilcliff-2524772

De voedselketen begint bij inheemse planten

Dat verschil werkt door in de hele voedselketen. Een koolmees heeft voor één nestje tussen de 6.000 en 9.000 rupsen nodig. Deze rupsen eten voornamelijk van inheemse bomen en struiken. Een tuin vol sierplanten biedt beschutting, maar onvoldoende voedsel voor de jongen. Een tuin kan er groen uitzien, maar toch niet genoeg voeding voor jonge mezen opbrengen.

De insectenafname in West-Europa illustreert dit: in dertig jaar tijd is meer dan zeventig procent van de insecten-biomassa verdwenen. Autoruiten die vroeger vol zaten na een zomerse rit, blijven nu bijna schoon. Dit is een meetbaar signaal van een ecosysteem dat in stilte leegloopt. Particuliere tuinen kunnen een belangrijke rol spelen, omdat ze samen circa tien procent van het Nederlandse landoppervlak beslaan.

Daarnaast kunnen ook ondergrondse processen vaak niet goed werken onder uitheemse beplanting. Bladeren van een Amerikaanse eik verteren langzamer door een dikkere waslaag en andere tannines. In de strooisellaag leidt dat tot een zure, verstikkende laag die de bodemflora onderdrukt, inclusief de schimmels en bacteriën waarmee inheemse planten samenwerken.

Inheems hoeft niet zwart-wit te zijn

Een tuin die uitsluitend uit inheemse planten bestaat, is een mooi ideaal, maar niet noodzakelijk. Kies voor een stevige basis van inheemse planten, aangevuld met zorgvuldig gekozen uitheemse planten, die ecologisch iets bijdragen. En zeker in warme, drogere steden zijn deze uitheemse soorten soms juist een welkome aanvulling. Ze dragen bij aan klimaatadaptiviteit, veerkracht van vegetaties en ecologische waarde voor algemene soorten en bestuivers. In onze tuin, waar we zo min mogelijk sproeien, staan in de borders naast smeerwortel, duizendblad en middelste teunisbloem, ook verschillende salies en geraniums. Salvia microphylla bijvoorbeeld, een van mijn favoriete tuinplanten, zorgt er bij ons voor dat we tot in eind november bloemen in de tuin hebben.

groene tuin - natuur in je tuin - inheemse planten

Wat kan jij zelf doen?

Een hoekje van de tuin bewust braak laten liggen en spontane groei toelaten, werkt verrassend goed. In mijn tuin op droge zandgrond verschijnt in maart al vroegeling, een piepklein bloeiend plantje. Later volgen onder ander paarse- en witte dovenetel, teunisbloem en paardenbloem. Maar als je het te spannend vindt om het helemaal los te laten, kan je ook beginnen met inzaaien van een hoekje met inheemse zaden.

Of het toevoegen van een paar inheemse soorten aan de border. Je kan inheemse planten toevoegen die passen bij bodem, lichtval en standplaats. Bijvoorbeeld wilde marjolein en duizendblad op droge, arme zandgrond. En echte valeriaan of dagkoekoeksbloem op voedselrijke, vochtige grond. In de verspreidingsatlas vind je inheemse soorten die in jouw omgeving voorkomen.

Bij Cruydthoeck vind ik altijd mooie zaadmengsels en vaste planten voor in de tuin. En nog een voordeel, daar kan je ook op streekeigen soorten zoeken.

Koop bij voorkeur biologisch of gifvrij gekweekte planten. Let op: er hoeft niet altijd een label of certificaat aanwezig te zijn om te weten dat een plant gifvrij is gekweekt: bij de kleinere lokale kwekerij waar ik altijd mijn planten koop, worden de planten bijvoorbeeld zonder pesticiden opgekweekt. Het is daarom raadzaam om dit bij je eigen lokale kweker na te vragen.

Wees kritisch op etiketten: termen als ‘vlindervriendelijk’, ‘bijvriendelijk’ en ‘inheems’ worden niet altijd gecontroleerd en zijn vaak wel bespoten.

En kies op basis van herkomst en wilde vormen zonder veredeling. Gevulde bloemen of aangepaste kleuren zijn namelijk vaak onbruikbaar voor insecten.

De muurfijnstraal van mijn vriendin staat er nog steeds, en hij bloeit nog steeds prachtig. Dit jaar heeft ze ook wilde marjolein geplant. En daar begint het denk ik, niet bij alles helemaal omgooien, maar kijken wat er al is en wat je kunt veranderen om er een geheel van te maken.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *