Over mij

Als kind logeerde ik vaak bij mijn oma in Rotterdam. Ze nam me mee naar het Zuiderpark om te wandelen, en al lopend leerde ze me de namen van alles wat we tegenkwamen. Penningkruid, fluitenkruid, witte dovenetel. Ze wees aan, ik keek, en langzaam begon ik verschillen te zien tussen de planten en ze te herkennen in het gras. Naar de kinderboerderij gingen we ook, met de tram naar de bokkies, zoals zij zei. Wat ze me in die jaren heeft meegegeven besefte ik pas later, toen ik mijn studiekeuze moest maken.

Thuis keek ik uren naar natuurfilms. David Attenborough en Jacques Cousteau waren mijn helden. Alle dieren fascineerden me, hoe ze leefden, wat ze nodig hadden, hoe alles met elkaar samenhing. Dat is nooit weggegaan.

Ik ben Nadine, bioloog en moeder van vier zoons. Die combinatie kleurt alles wat ik doe.

Tijdens mijn studie specialiseerde ik me in gedragsbiologie en gedragsecologie. Ik onderzocht persoonlijkheidsverschillen bij koolmezen op de Veluwe en het werp- en nestgedrag van wilde zwijnen in Zweden. Daar zag ik hoe gedrag samenhangt met de omgeving; met voedsel, schuilplekken, seizoenen en verstoring.

Na mijn studie werkte ik een tijdje bij het Nederlands Instituut voor Ecologie. Daarna ben ik gaan doen waar ik biologie voor was gaan studeren: de wereld in. Ik werkte aan natuurbeschermingsprojecten in het buitenland, als vrijwilliger met possums in Australië en harpijen in Belize. Voor een polderkind was het een natuurshock: ecosystemen als het regenwoud zijn fundamenteel anders dan wat ik kende. Wat me het meest bijbleef was hoe dicht en oneindig het regenwoud voelde; soms kon ik niet meer dan een meter vooruit kijken.. Maar ook hoe kwetsbaar ecosystemen worden, zodra mensen en dieren dezelfde ruimte moeten delen, en hoe snel dat misgaat en toppredatoren, zoals de jaguar of harpij onder druk komen te staan.

Terug in Nederland werkte ik 18 jaar als ecoloog bij verschillende adviesbureaus. Ik onderzocht gebieden en soorten, en beoordeelde de gevolgen van bouwplannen voor de natuur. Het veldwerk was het mooiste deel. De rest was soms confronterend: je ziet van dichtbij hoeveel natuur er verdwijnt, en hoe lastig het is om die te beschermen binnen de regels en de manier waarop we onze ruimte gebruiken. Daardoor ben ik mijn omgeving wel anders gaan zien.

Door mijn kinderen ben ik ook anders gaan kijken naar ons eigen leven. Ik let op wat we eten, wat we kopen en welke keuzes we maken, en bekijk dat door mijn biologenbril.

Mijn oma leerde me verschillen zien tussen de planten. De rest heb ik zelf ontdekt. Die manier van kijken deel ik hier bij Van ’t Wilde, omdat het uitmaakt hoe we omgaan met de wereld om ons heen.