Mijn zoon kijkt het liefst History Channel. Zo zaten we laatst samen naar een documentaire te kijken over wat er met de wereld gebeurt als de mens plotseling verdwijnt; Life after people. Prachtige beelden van groene overwoekerde steden, een tijger door verlaten straten. Ik werd er enthousiast van. Ik zou graag eens zien wat er gebeurt als wij er allemaal niet meer zijn. Komt de natuur in evenwicht als wij verdwijnen, of is het ingewikkelder dan dat? Een artikel van een studie dat deze maand verscheen in Ecology Letters verraste me met het antwoord.

Het grote misverstand over wildernis

In onze cultuur heerst al eeuwenlang een hardnekkig idee, namelijk dat wanneer de mens zich volledig terugtrekt uit een landschap, de natuur zal floreren. We zien onszelf als een verstorende factor, een indringer in een paradijs, dat zonder ons beter af is. In deze visie wordt natuur gereduceerd tot een decor dat we kunnen bewonderen, benutten of gebruiken wanneer het ons uitkomt.

Recente wetenschappelijke inzichten, gepubliceerd (maart 2026) in Ecology letters, tonen aan dat dit beeld niet juist is. De gegevens laten zien dat menselijke afwezigheid soms juist kan leiden tot verlies van biodiversiteit. Die zagen we even niet aankomen.

Historische lessen: de zwarte dood en biodiversiteit

Toen de zwarte dood Europa trof, daalde de bevolking dramatisch. Dorpen raakten verlaten, landbouwgronden werden verwaarloosd. Volgens de gangbare logica zou dit leiden tot een herstel van de natuur. Fossiel stuifmeelonderzoek op 109 locaties laat echter zien dat de plantenbiodiversiteit juist afnam in de 150 jaar na de pandemie, maar niet overal. Het effect was het sterkst op plekken waar de graanteelt verdween. Waar boeren bleven werken, bleef de biodiversiteit stabiel of groeide ze verder. En in een handvol zeer open landschappen, waar nauwelijks bomen stonden, leidde de terugkeer van bos juist tot meer biodiversiteit.

Het herstel van de biodiversiteit, drie eeuwen later, viel samen met de terugkeer van kleinschalige landbouw, begrazing en bosbeheer. Niet de afwezigheid van de mens zorgde voor herstel, maar juist de terugkeer, en dan specifiek de terugkeer van het mozaïek.

De architectuur van het mozaïek

Menselijke activiteit creëerde namelijk een mozaïeklandschap waarin variatie en overgangen essentieel waren voor de soortenrijkdom. Kleinschalige landbouw, begrazing en selectief houtkappen zorgden voor een geheel van open plekken, randen en bodemvariatie. De biodiversiteit bleek het hoogst bij een boomkroonbedekking van ongeveer 40 procent; niet te open, niet te dicht. Zodra het landschap naar een van beide extremen verschoof, nam de soortenrijkdom af. Toen de menselijke activiteiten na de pest stopten, werd het landschap homogeen en ontstonden dichte bossen: de niches verdwenen, en daarmee ook de biodiversiteit.

Wij deden iets wat we ook kennen van de bever: we vormden het landschap, en andere soorten werden afhankelijk van wat we maakten.

Moderne realiteit: het verlies van biodiversiteit

Dat mechanisme speelt ook vandaag. Niet omdat mensen verdwijnen, maar omdat het mozaïek verdwijnt. Schaalvergroting, verstedelijking, het opruimen van heggen en houtwallen. Dat zijn andere oorzaken, maar ze hebben hetzelfde effect: het landschap wordt homogeen, de niches verdwijnen, en daarmee de soorten die ervan afhangen.

Ik deed ooit veldonderzoek in een uitgestrekt akkergebied met rondom verspreide stukken bos in Brabant, waar een zonnepark gepland stond. Midden in dat open landschap lag een houtwal, een paar meter breed, misschien honderd meter lang, met bomen, struiken en een dichte ondergroei van bramen.

Tijdens het verkennende veldonderzoek zag ik al een paar wissels lopen. Daarom besloot ik cameravallen te plaatsen, zodat ik kon zien wat er zich in de houtwal afspeelde. De beelden lieten das, wezel, patrijs en ree zien. Deze houtwal was de enige plek in het akkergebied waar die dieren konden leven. In het uiteindelijke plan bleef hij behouden en maakt nu onderdeel uit van het zonnepark. Sterker nog, de rest van het zonnepark is ingericht om deze soorten een groter leefgebied te geven.

We zien onszelf vaak als de verstorende factor in de natuur, de indringer in een systeem dat zonder ons beter af zou zijn. Maar de gegevens van het onderzoek naar de gevolgen van de pest voor de biodiversiteit vertellen een ander verhaal. In landschappen zoals het Europese, waar mens en natuur al eeuwen samen optrekken, is menselijke aanwezigheid niet per se een bedreiging voor de biodiversiteit, maar soms zelfs een voorwaarde.

Gordon, J.D., Fagan, B., Finch, J., Gillson, L., Milner, N. & Thomas, C.D. (2026). Black Death land abandonment drove European diversity losses. Ecology Letters, e70325. https://doi.org/10.1111/ele.70325